NL

Geschiedenis

20080724-P1070285_Averis reageerbuis

In 1954 richtten de gezamenlijke Nederlandse aardappelmeelfabrieken het Kweekinstituut van Aardappelrassen voor de Nederlandse Aardappelmeelindustrie (KARNA) op. Het doel was duidelijk: het ontwikkelen van zetmeelaardappelrassen met een hoge zetmeelopbrengst en een sterke weerstand tegen ziekten en plagen in het teeltgebied.

Toen onderzoeksinstituten in Wageningen begonnen met het inkruisen van resistentie tegen aardappelmoeheid (AM), besloot de industrie het veredelingsproces in eigen hand te nemen. Door een eigen kweekbedrijf op te richten kon deze belangrijke resistentie gericht worden geïntegreerd in nieuwe zetmeelaardappelrassen. Tegelijkertijd bleef het verhogen van het zetmeelgehalte een belangrijk speerpunt.

In 1967 werd met Ehud het eerste KARNA‑ras met resistentie tegen aardappelmoeheid opgenomen op de Rassenlijst. In de jaren daarna volgden meerdere succesvolle rassen, waaronder Astarte, Elkana, Karnico en Kartel. Meer recent ontwikkelde rassen zoals Aveka, Altus en Axion combineren een uitstekende zetmeelopbrengst met resistenties tegen meerdere AM‑pathotypen, wratziekte en Phytophthora.

Deze geschiedenis vormt de basis van de huidige veredelingsactiviteiten van Averis: gericht op innovatie, weerbaarheid en betrouwbare prestaties in de praktijk.